Blog Louis Smit

  • Over business consultancy, marketing, coaching van bedrijven, ontwikkelingssamenwerking, reizen, kunst, literatuur, media en andere dingen die communiceren

Dollars

In Bolivia kwam ik geldwisselaars al eerder tegen. In Santa Cruz hingen ze rond bij een bank en ze fluisterden je een klein koersvoordeeltje toe. Deze vader en zoon in Cochabamba gaan een stap verder met ondubbelzinnige marketing. Onder een parasol hebben zij hun handeltje in dollars, pal tegenover een grote bank. Ze kijken wat besmuikt, maar als iemand geld bij ze wisselt, halen ze ongegeneerd een enorm pak bankbiljetten te voorschijn. Zoals de boeren vroeger op de veemarkt als ze na het ritueel van handjeklap een koe van een andere boer kochten.

In socialistisch Oost-Europa ging het anders. "Psst psst. Wollen Sie Geld Tauschen? Change? Cambiare?" Zo klonk het op straat. Clandestiene wisselaars gaven je in het toenmalige Tsjechoslowakije 10 of soms zelfs 12 kronen voor een gulden, terwijl je bij de bank voor 1 kroon een kwartje moest betalen. En als je in een restaurant aan een ober naar een Wechselstube vroeg, was hij er als de kippen bij om tegen een gunstige koers de fel begeerde Westerse deviezen te kopen.

In Moskou gebeurde het dat naieve toeristen die uit waren op een voordeeltje, de boot in gingen. Uitgekookte wisselaars op straat drukten hun Joegoslavische dinar-biljetten in de hand die door het cyrillisch schrift een beetje op roebels leken maar door inflatie bijna niets waard waren.  

Campus vol ondernemers

Wie van jullie wil een eigen bedrijf beginnen? Ik vraag het aan een stuk of 15 studenten in een collegelokaal van een prive-universiteit in Cochabamba, Bolivia. “Ik wil fleswater produceren en een bijzonder merk bouwen. Ik wil importeren. Ik wil financieel advies gaan verstrekken. Ik wil Boliviaanse wijn exporteren. Vanuit onze buurlanden Chili en Argentinie lukt dat ook.” De plannen buitelen over elkaar en elk plan wordt met enthousiasme gebracht.

Tweede vraag: waar zouden jullie hulp bij willen als je een bedrijf begint? Een meisje zegt dat ze graag gemotiveerd wil worden om door te zetten als het bij het ondernemen even tegenzit. Het liefst door een door de wol geverfde ondernemer die zelf tegenslag heeft gekend. Een ander meisje zegt dat ze hulp wil bij het bepalen van de prijs van haar product. Een jongen komt met de wens om advies te krijgen over de aspecten van productie. Zo te horen allemaal klanten voor een incubator.

Broedmachine

Ja. Een incubator. Dat is een klein centrum dat beginnende ondernemers faciliteert in hun eerste stappen in het ondernemerschap. Letterlijk is het een machine die eieren uitbroedt. Een mooie metafoor. En ik ben bij deze universiteit om te helpen zo'n incubator op te zetten.

Niet alleen de studenten zijn ondernemend maar ook de docenten. Ze doceren vakken die met het managen van ondernemingen hebben te maken en daarnaast hebben ze dikwijls een eigen bedrijf. Zij willen graag deze incubator, zelf tenslotte ook een startend bedrijf, van de grond krijgen. Met name de rector heeft een lang gekoesterde wens om studenten na afronding van hun studie praktisch op weg te helpen in de maatschappij. Het is in Bolivia bijna onmogelijk om een reguliere baan in loondienst te vinden. Verder is het natuurlijk enorm zonde om talent uit Bolivia te laten emigreren.

Coproductie

Dan is er die Nederlandse ontwikkelingshulporganisatie die midden- en kleinbedrijven helpt en waarvoor ik hier als vrijwilliger heen ging (PUM). Die heeft een speciaal incubatorprogramma. De organisatie die een incubator wil starten, moet zorgen voor een budget voor 2 of 3 jaar, voor ruimte en voor mensen die de incubator kunnen runnen. PUM op haar beurt stuurt experts om de incubator te helpen opzetten en om start-ups te adviseren en te coachen. Het idee is dat er in die looptijd per jaar een stuk of 7 missies van experts zijn en dat de incubator jaarlijks 10 kansrijke bedrijven aflevert.

De prive-universiteit in Cochabamba heeft 2000 studenten en een prachtige campus waar het fantastisch studeren en werken is. Ze biedt een scala van studierichtingen, met name technische vakken en business administration.

Dag van de doden

In Latijns-Amerika is Allerzielen, 2 november, een nationale vrije dag. Het heet daar Dia de los muertos, Dag van de doden. Hoe gek dat mag klinken, Allerzielen wordt uitbundig gevierd. Met massaal bezoek aan de begraafplaats en onderhoud aan de graven en de urnengalerij.

In Cochabamba, Bolivia, is er een orkest met plechtige muziek. Er zijn kraampjes met bloemen en eten. Er is een speeltuintje om de kinderen rustig te houden. Er zijn mensen die betaald worden om met een klokje te klingelen en gebeden uit te spreken voor de doden.

Maar ook lotenverkopers en schoenpoetsers ontbreken niet. En op geen enkele manier komt bij je op dat dit oneerbiedig zou kunnen zijn. Dat is het niet, dit massale eerbetoon aan de doden. Zelfs ontroerend zijn de paar jongeren met blaasinstrumenten die aarzelend maar vooral ook stemmig The sound of silence ten gehore brengen.

Het feest, want dat is het, begint op 1 november met de Fiesta de Todos los Santos, Allerheiligen. Op die dag, zo zegt het geloof, komen de doden hun familie bezoeken en die familie wacht op ze met eten. Dat is minstens even mooi.

Het zakje

Je denkt: wat attent dat zakje daar. Maar je denkt ook meteen: waarom dringt dat zakje zich zo op? Alle vliegmaatschappijen bieden kotszakjes aan, maar nooit zo ostentatief. Bemoedigend is de aanblik niet als je voor de eerste keer naar La Paz vliegt. De hoofdstad van Bolivia ligt op een hoogte van ongeveer 4000 meter.

Wilde verhalen doen daarover de ronde. Het snelle opklimmen van het vliegtuig en het gebrek aan zuurstof kunnen je parten spelen. Duizeligheid, hoofdpijn, hoogteziekte. Bij de apotheek kun je zogenoemde Sorojchi-pillen tegen hoogteziekte halen. Ook kun je thee van cocabladeren drinken. Geen van beide gedaan. In La Paz voelde ik me een beetje zweven, maar door me niet druk te maken ging het goed.

Mij werd verteld dat mensen die op grote hoogte wonen in Bolivia vaak een enorme borstkas hebben. Zoveel mogelijk plaats voor longen in een op zich klein lijf. Om zoveel mogelijk van de beschikbare zuurstof binnen te halen. Het zou evolutionair zijn. Het is in elk geval wel waar dat je in Bolivia aardig wat mensen tegenkomt met de bouw van Jerom uit Suske en Wiske, alleen een stuk kleiner.

De bemanning van het vliegtuig waarschuwde niet tegen de hoogte van La Paz, behalve dan indirect met dat zakje. Toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam, zeiden ze wel meteen te weten dat dat land voor een deel onder de zeespiegel ligt en zulke mooie tulpen heeft.

Suppoost

De zojuist overleden Charles Aznavour zong een mooi lied over het moeilijke maar ook romantische kunstenaarsbestaan in Parijs, "La Bohème". Het gaat over hoe een kunstenaar en zijn vriendin in een krot leefden en om te overleven een schilderij ruilden voor een warme maaltijd.

Dat woord bohème en de betiteling van kunstenaars als bohemiens herinnert aan Bohemen (Tsjechië). Uit dat land kwamen zigeuners die bohemiens werden genoemd. Kunstenaars leidden wat zij dachten dat het vrije leven van een zigeuner was.

Dit is een fascinerende foto. Hier staat een plichtsgetrouwe suppoost die enkele kostbare vrouwenschilderijen bewaakt. Maar dat is helemaal geen suppoost. Het is de schilder van die doeken zelf: François Kupka. Als Frantisek Kupka geboren in -nota bene- Bohemen, toog hij naar Frankrijk, waar hij naam maakte. Maar verre van een bohemien, zoals hij hier staat op zijn eigen expositie in Parijs in 1936.

In Praag is momenteel een overzichtstentoonstelling van het werk van Kupka (1871-1957) te bezichtigen en deze foto hangt er ook. Als je langs al die werken loopt, zie je vele stijlen. Er hangt zelfs een bijna-Mondriaan. Het duizelt je en je kunt hem niet echt in een hokje plaatsen. Op die foto lijkt hij een saaie man, maar zijn leven was bewogen. In de Eerste Wereldoorlog vocht hij voor Frankrijk als lid van de Tsjechoslowaakse legioenen.  



Charles in Armenië (1)

Dit is geen broer van Charles Aznavour maar een taxichauffeur die sprekend op hem lijkt. Zulke Aznavours lopen er meer rond in Armenië. De Armeniërs zijn trots op de Franse zanger met Armeense voorouders. Zij rouwden massaal na zijn dood op 1 oktober 2018.

Charles in Armenië (2)

In de hoofdstad Jerevan staat het Aznavour-museum annex Aznavours pied-a-terre. Bewaakt door deze sympathieke cowboy.

Charles in Armenië (3)

In 1988 was er een gigantische aardbeving in het noordwesten van Armenië. De stad Gyumri is er nog steeds niet van hersteld. Kaalslag is zichtbaar. Aznavour richtte een stichting op om het getroffen gebied te helpen. Daarom staat in Gyumri dit standbeeld.

Een obi voor een paard

Beeldend kunstenares en fotografe Charlotte Dumas volgde een Japans meisje en haar paard. Dat paard behoort tot een met uitsterven bedreigd Japans ras. Meisje en paard in het bos, meisje en paard op het strand, meisje en paard in de zee.

Ze maakte er foto’s van en een film over. Die zijn te zien op een tentoonstelling, die nog tot en met 25 november loopt in het Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden.

Samen met een textielontwerpster ontwierp Dumas een obi voor het paard, een band zoals Japanners die om hun middel dragen. Op oude prenten en foto’s had ze ontdekt dat paarden soms ook zo’n obi om hadden als bescherming tegen insecten.

Reisadvies Peru

Op www.nederlandwereldwijd.nl kun je een reisadvies vinden over een land waar je heen wilt gaan. Het doel van deze website is je te informeren over de veiligheid in een land. Daarnaast geeft hij algemene en praktische tips. De adviezen zijn gebaseerd op informatie van de Nederlandse ambassade ter plekke, inlichtingendiensten, vertegenwoordigingen van andere landen, lokale autoriteiten, bedrijven en andere organisaties.

Ik ben erg enthousiast over deze service. Zo oriënteerde ik me op een bezoek aan een bepaalde provincie in Peru en ik ging eens kijken op die website. Naast de algemene raad om goed op jezelf te passen stonden de gebruikelijke onheilstijdingen vermeld. Onveilige binnenlandse vluchten, busongelukken, geweld bij stakingen en demonstraties, roofovervallen. Maar iets anders sprong in het oog, namelijk dat in die provincie de noodtoestand zou gelden. Een toelichting ontbrak.

Ambassade

Als je meer wilt weten, dan kun je ook een speciaal telefoonnummer van het ministerie van Buitenlandse Zaken bellen. Dat heb ik gedaan. Uitstekende service ook daar. Ze hadden weinig extra informatie maar legden wel onmiddellijk contact met de ambassade in de Peruaanse hoofdstad Lima.

Die zond mij een uitgebreide mail over die provincie, een mail waar duidelijk aandacht was besteed. Hij stond vol met details waar je niet vrolijk van werd. Wijdverbreid alcoholisme, drugshandel, mensenhandel waarmee nota bene priesters zich zouden bezighouden. ‘Raak niet betrokken in ruzies. Geef geen persoonlijke meningen. Ga niet naar bars.’ En ik moest vooral ook oppassen dat ik niet werd aangezien voor een gringo. ‘De locale bevolking houdt niet van American gringos.’

Best wel trek in ceviche, maar toen heb ik toch maar besloten een weekje naar de Achterhoek te gaan.

Cavia

Of ik weleens cuy, cavia, had gegeten? Dat vroeg de man met wie ik in Cuenca, Ecuador, in gesprek raakte. Hij prees het vlees van de cavia, dat daar makkelijk verkrijgbaar is. Als je wilt dan barbecueën ze zo’n beestje voor je neus. Je kunt het ook diepvries kopen.

De cavia’s die wij kennen, zijn kleiner. Wij kennen ze voornamelijk als knaagdier in een kooitje, in een ambiance van zaagsel en uitwerpselen.

De man vertelde dat hij in Ecuador was geboren en naar Canada was geëmigreerd en nu op familiebezoek was.

"In Canada is cuy moeilijk te krijgen. Daarom ga ik soms naar een dierenwinkel, waar ik een levende cavia koop. Die maak ik dan thuis klaar. Heerlijk!”

Geuzennamen

De Nederlandse premier spreekt de Amerikaanse president bij een persconferentie tegen met een duidelijk “nee”. Nederland smult van deze directheid, maar The Guardian noemt het ‘awkward’.

In een internetforum met de vraag ‘Why are Dutch people so blunt?’ wordt de Nederlandse directheid in nog veel andere termen beschreven. “This Dutch trait has gone by many names; call it what you will – abrupt, bad-mannered, barbaric, blunt, brusque, cheeky, crude, curt, direct, discourteous, forthright, frank, graceless, gruff, honest, ignorant, impolite, inconsiderate, insulting, intrusive, matter-of-fact, open, outspoken, plain, point-blank, raw, refreshing, rude, sincere, straightforward, surprising, uncouth or unmannerly. Essentially, the bottom line remains: the Dutch speak their minds.”

Zoveel prachtige adjectieven, zoveel geuzennamen, zoveel aandacht. Als Nederlander zou je ervan naast je schoenen gaan lopen.

Ruud Hisgen, directeur van taleninstituut Direct Dutch, geeft een mooie uitleg van de Nederlandse botheid in de ogen van buitenlanders: “Nederland is een calvinistisch land. We spreken elkaar direct aan op ‘fout’ gedrag om de ander te behoeden voor de hel.” Hij zegt dit in een blad voor alumni van de Universiteit Leiden.

Het bad van Aphrodite

Het is een vreemde gewaarwording dat je in EU-land Cyprus je paspoort moet laten zien als je naar het noordelijke deel wilt. Dat is sinds 1974 bezet door Turkije. Een grote gothische christelijke kerk is er omgebouwd tot moskee.

De rest van het eiland lijkt wel bezet door Russen. Russisch sprekende obers, Russische menu’s, radio, reclame, toeristen, expats, ‘biznesmen’. Gelukkig ook cultuur, mede gefinancierd door die Russische biznesmen. Er staat een fraai standbeeld van de grote Russische dichter Aleksandr Poesjkin in Limassol, aan de zuidkust.

Langs die kust veel hotels met overvloedige buffetten, die appelleren aan het oerinstinct van jagers. Eet zoveel je kunt want je weet niet of er morgen weer een hert voorbijkomt.

Niet ver van havenstad Paphos staan toeristen dromerig te staren naar een stinkend poeltje waar de Griekse godin Aphrodite gebaad zou hebben. In de buurt van Paphos kwam zij aan land nadat zij was geboren uit een ‘whirlpool of blood and seminal fluid foments, fizzes and foams’, zoals Stephen Fry schrijft in zijn prachtige boek Mythos over deugden en ondeugden van mensen en Griekse goden.

Brandweerbal

De ontwrichtende streken van McMurphy in One Flew Over The Cuckoo’s Nest  staan in het collectieve geheugen gegrift. Zo ook de uitbraak van de reusachtige Chief uit het gekkenhuis. Regisseur Milos Forman is op 14 april 2018 overleden, maar zijn films hebben eeuwigheidswaarde.

Hij kreeg Oscars voor Amerikaanse films, zoals 'One Flew' en Amadeus. Maar Forman werd, in 1932, geboren in Caslav, Tsjechoslowakije. Daar maakte hij ook al films. Zoals het Brandweerbal  uit 1967. Dat is een hilarische comedy, met een leeggestolen tombola en een door omkoping gemanipuleerde miss-verkiezing. Maar de film is ook te verstaan als maatschappijkritiek in het toen socialistische Tsjechoslowakije.

Na de bezetting van zijn land in 1968 emigreerde Forman naar de Verenigde Staten. In 1975 werd hij Amerikaans staatsburger.

Vlam van heimwee

Twee jaar geleden als aandenken gekregen in Buon Ma Thuot, Vietnam. In een nauw potje met zand. Nooit gebloeid, maar dan opeens. Treffender dan de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884-1965)  heeft niemand het ooit onder woorden gebracht.  

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwige zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.


Bericht aan de reizigers

Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen (wie heet er nou Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius?) werd vooral bekend door zijn gedicht “Bericht aan de reizigers” uit 1934:  "Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen, dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen..." 


Frankenstein meer dan een spookverhaal

Mary Shelley was pas 19 toen ze 'Frankenstein, or the Modern Prometheus' schreef. De roman was het resultaat van een afspraak tussen haar, Lord Byron, Percy Bishy Shelley en de arts John William Polidori om een origineel spookverhaal te schrijven. 'Frankenstein' verscheen 200 jaar geleden, in 1818.

In een tijd waarin de mens levende wezens en robots kan scheppen, is de roman van Mary Shelley nog actueel. Zo neemt het boek morele overwegingen in acht. Frankenstein, de schepper van het “monster”, besloot een ook door hem gecreëerde vrouw toch maar te doden om onheil brengend nageslacht te voorkomen.

Frankenstein is dan ook niet alleen een gothic novel maar vooral een filosofische roman. Dat zegt kenner dr Wim Tigges, voormalig docent Engelse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij hield op 25 maart 2018 bij de Mayflower Bookshop in Leiden een lezing.

Wat doet Prometheus in de ondertitel? Volgens de Griekse mythologie schiep Prometheus de mens uit klei en stal hij het vuur van de Olympus voor de mensen. Oppergod Zeus strafte hem door hem aan de Kaukasus te ketenen waar een adelaar in zijn lever pikte, die daarna weer aangroeide, en zo opnieuw en opnieuw. In Georgië zijn er verschillende plekken naar Prometheus genoemd.

Poetin op een klassefeestje

Het is een wazige afbeelding, gefotografeerd door glas heen. Ze hing aan de wand in de wachtruimte van een televisiezender in Ulaanbaatar, hoofdstad van Mongolië. Deze foto is het gedeelte waarop zowel Stalin als Poetin te zien zijn in één groot verband met Einstein en koningin Elisabeth.

Kijk eens goed naar de houding van Poetin. Die is interessant. Gewoonlijk zie je Poetin als hij met strak gezicht een toespraak houdt of een wat wiebelend macho-loopje doet, klaar om op elk moment zijn pistool te trekken. Soms zit hij met ontbloot bovenlijf op een paard of is hij aan het vissen.

Maar hier is hij ontspannen met een tevreden lachje. Hij zit erbij alsof hij op een klassefeestje tegen de muur zit, en hij heeft de zelfingenomen houding van iemand die over zijn klasgenoten denkt: jullie krijg ik later nog wel.

Siberische koude

Russische beer komt eraan volgens de weermannen, Siberische koude voorspeld. Die koude, dus afkomstig uit de contreien van deze vriendelijke sneeuwschuiver, is alweer voorbij. Het zal begin maart ongeveer zo koud zijn geweest als in de winters van mijn jeugd wanneer de fietsenmaker zei: “d’r leg weer ijs in de emmer”. Die emmer was een openstaande vuilnisbak waarin hij van anderhalve meter zijn uitgekauwde pruimtabak spoog, als in een gigantische kwispedoor.

Jubilerende Georgische kindertelevisie moet verzakelijken

Basti Bubu in Georgië verzorgt al 25 jaar lessen in zang en dans aan kinderen van 3 tot 11 jaar. Daarnaast runt het bedrijf een televisiezender met opvoedkundig verantwoorde kinderprogramma’s. De kinderen treden daarin op. Zo wordt de televisiezender grotendeels gefinancierd met de lesgelden die de ouders betalen. Een bijzondere formule en dito verdienmodel. Ik ging erheen om de directie van Basti Bubu / BBB TV adviseren.

Iedereen in Georgië kent Basti Bubu, het staat te boek als het ‘Disney’ van Georgië. Het is een familiebedrijf met de voor- en nadelen daarvan. “Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wilden wij kinderen in het toen zeer instabiele Georgië een mooie kindertijd geven”, zegt een van de vier ‘founding mothers’ uit 1992. Zij zetten een studio op waar les in performing arts werd gegeven en ze maakten televisieprogramma’s die andere TV-kanalen uitzonden. In 2016 ging dat niet meer, waardoor ze hun eigen televisiestation moesten oprichtten. Het bedrijf moet zich opnieuw uitvinden.

Smaakvol

Basti Bubu TV zendt de hele dag uit. De programmering herinnert een beetje aan Kinderen voor Kinderen en andere kinderprogramma’s van de publieke omroep in Nederland. Ook is er gekocht materiaal. Basti en Bubu zijn de karakters die -als pop of animatie- in de programmering dikwijls terugkomen. Een overheid zou het smaakvolle en educatieve aanbod eigenlijk moeten willen financieren, maar die lijkt daar niet voor de voelen. “Ook willen we zelf niet afhankelijk worden van de politiek”, zo zegt de algemeen directeur.

Verzakelijking

De ouders van de 500 deelnemende kinderen zijn het ‘bread and butter’ van het bedrijf. Zij zullen gekoesterd blijven worden. Er is echter geconcentreerde aandacht nodig voor marketing en positionering. En ook structuur en zelfdiscipline. De cultuur moet zakelijker worden in deze soms te vriendelijke onderneming. Ook in het HRM-beleid is verzakelijking nodig.

Reclame

Overwogen moet worden om meer reclame aan te trekken, maar daarvoor moet eerst in kaart worden gebracht hoeveel kijkers en wat voor soort kijkers je aan adverteerders kunt ‘verkopen’. En besef dat moderne kijkers ook op andere schermen en andere platforms dan het televisiescherm naar programma’s kijken. De algemeen directeur: “Op youtube bijvoorbeeld halen we waanzinnig hoge ratings, en facebook is ook een goed werkend kanaal voor ons”.

Voorbereiding op leven

Tijdens een Basti Bubu-concert in een afgeladen schouwburg in Kudaisi vertelden ouders dat Basti Bubu hun kinderen veel meer bijbrengt dan dansen en zingen. “Ze leren zich vrij te bewegen, ze leren communiceren, ontdekken wat vriendschap is en ontwikkelen sociale vaardigheden. Het is een voorbereiding op het leven.”


Geen mooier Pools

Geen mooier Pools dan dat van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Geen mooiere vertaling uit het Pools dan die van Martinus-Nijhoffprijswinnaar Karol Lesman. Dat bleek maar weer op 15 oktober in Zutphen bij de presentatie van een bundel vertaalde Poolse poezie.

Szymborska was er postuum bij door een geluidsopname van haar voordracht van een gedicht van haar hand. ‘Dat gedicht schreef zij om vertalers te pesten’, zei Karol. En toen las hij zijn Nederlandse vertaling voor waarin rijm en binnenrijm en metrum van het origineel ongeschonden doorkwamen.

Karol Lesman (1951) studeerde Slavische taal- en letterkunde in Amsterdam. Tijdens zijn studie werd hij zo gegrepen door de klassieke Poolse negentiende-eeuwse roman ‘De pop’ van Boleslaw Prus dat hij vertaler wilde worden. Sinds 1979 is hij literair vertaler uit het Pools en vertaalde hij zo'n zestig titels. ‘De pop’ verscheen in 2015.

Toch nog 6000 standbeelden van Lenin

Zo’n 120 miljoen mensen bezichtigden het geprepareerde lichaam van Lenin dat tentoongesteld wordt in zijn mausoleum in Moskou. Begraaf hem nu maar, vindt 60 procent van de Russen. Honderd jaar na de Oktoberrevolutie zijn er in Rusland nog steeds 6000 standbeelden van Lenin, zo staat in een mooi overzicht van Courrier International.

Die standbeelden zijn velerlei. Lenin was ca 1m65  lang, maar sommige stellen de Sovjetleider als een reus voor. Zoals ook met de Romeinse keizers wel gebeurde. Ook zie je in Rusland wel gedrongen, bijna timide Lenins op een sokkel - iets dat niet past bij zijn reputatie van Groot Revolutionair. Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de Russen tegenstander is van het slopen van de beelden. President Poetin zou de Lenin-verering wel willen stoppen, maar het nog niet aandurven.

De Grote Socialistische Oktoberrevolutie is hot. Logisch bij de 100e verjaardag. De Universiteit Leiden wijdt er een reeks lezingen en filmvertoningen aan. En in de Mayflower Bookshop in Leiden klinkt ‘De twaalf’ van Aleksandr Blok uit 1918. Dat gedicht gaat over revolutionairen die moordend door Sint-Petersburg trekken. Heel wat ruiger dan dat beroemde gedicht van hem dat begint met: Nacht, straat, drogisterij, lantaren, Een ongerijmd en troebel licht…

Ook zijn er boeken over de revolutie. Zo schreef de historica en publiciste Janine Jager over de enkele honderden Nederlanders die rond 1917 in Rusland leefden, onder meer voor werk en zaken. De nieuwe regering was gekant tegen buitenlanders en de grenzen gingen dicht. Vluchten was moeilijk. Van hun precaire situatie getuigen vele documenten, waaronder ambtsberichten. Jager maakt daar een vloeiend en boeiend verhaal van, onder de veelzeggende titel “Hoe komen wij heelhuids uit deze hel?”

Dit sluit mooi aan op “Midden in de revolutie – Petrograd 1917” van de Britse historica Helen Rappaport. Dat is gebaseerd op ooggetuigenverslagen van Amerikanen, Britten en Fransen,  onder wie journalisten, diplomaten, verpleegsters en communisten.

De wereld van het touw

Ik doe weleens een touwtje om een pakketje, maar de wereld daarachter leer je pas echt kennen als je over de vloer komt bij een touwproducent. Ik  adviseer een Vietnamees touwbedrijf  over zijn exportmarketing en zie hoe Europese machines strengen en draden van kunststof in elkaar draaien totdat een stevig of juist elastisch touw ontstaat.

Deze producent bestaat sinds 2006 en heeft 135 werknemers. Hij exporteert met succes naar de Verenigde Staten en Australie. Zijn touwen, om schepen aan te meren en visnetten op te halen, komen op de markt onder de merknamen van zijn klanten.

Het bedrijf denkt aan een eigen brand. “Een merk is een belofte waarin mensen geloven”, hoor ik mijzelf zeggen. Dat bouw je niet in een vloek en een zucht. Met de mensen van sales, die al veel weten van marketing, analyseer ik de mogelijkheden. Internationaal is er grote behoefte aan het soort touw dat het Vietnamese bedrijf exporteert, zoals voor hooibalen en om tomaten op te binden. Dus dat is alvast een opportunity.

Terwijl ik dit schrijf, doen mijn collega’s binnen het bedrijf een middagdutje. Op hun arm op hun bureau, in een hangmat of op een matje op de vloer. Een goede gewoonte die de productie vergroot. Wij Hollanders zouden ervan kunnen leren.

Mongolenstorm als communicatiesysteem

Een held, een strateeg, een wrede wereldveroveraar te paard. Zo zet het Nationaal Militair Museum in Soesterberg Dzjengis Khan neer in de aan hem gewijde tentoonstelling. Maar je kunt Dzjengis Khan (1162-1227) ook beschouwen als de man die de impuls gaf tot  een gigantisch en uitgekiend communicatiesysteem.   

Het was een continentaal communicatiesysteem van 10.000 verversingsposten en 300.000 paarden dat de Mongolen in staat stelde om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in hun rijk. Dit rijk omspande, tot aan Hongarije, meer dan 8000 kilometer.  Over de Mongoolse informatiesnelweg verplaatsten zich niet alleen goederen en mensen maar ook ideeën en bacteriën, zoals de verwekker van de pest.

Zo ziet Joris van Eijnatten het, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij schrijft erover in “Van dorpsplein tot cyberspace”. Het boek zoekt naar de constanten in communicatie, van oertijd tot het digitale heden. Daarnaast gaat het  in op wat communicatie teweeg kan brengen. Ook transportmiddelen komen aan bod.

De grote verdienste van dit boek is dat het verbanden legt tussen maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en communicatie.  Interessant is het voor mensen die zich beroepshalve met communicatie en marketing bezig houden en diepgang zoeken maar ook voor wie geïnteresseerd is in de historie van media en de menselijke geschiedenis als geheel.

(Van dorpsplein tot cyberspace. Prometheus-Bert Bakker, prijs: 49,95)

(Foto van Nationaal Militair Museum)

Schoenmaker uit Abchazië

Hij was geboren in Abchazië vlak na de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte Stalin mee en leefde in de Sovjet-Unie. Nu heeft hij een schoenmakerswinkeltje in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Nederland kent hij. Hij is er zelfs geweest. Ajax is zijn voetbalclub. Hij is 71 en erg zachtaardig.

Panama hat: frustratie van Ecuador

In het hoedenatelier annex hoedenmuseum in Cuenca in Ecuador spreken ze liever niet over de ´Panama hat´ als ze de typische witten strooien hoeden laten zien. Het is de frustratie van Ecuador dat het Midden-Amerikaanse land Panama met de eer is gaan strijken. Een stil gevecht om een al verloren reputatie.

Veel heeft de Amerikaanse president Theodore Roosevelt (1858 – 1919) daaraan bijgedragen. Hij droeg zo’n hoed toen hij gefotografeerd werd bij de aanleg van het Panama-kanaal.

“Het is een hoed die zich goed door blanke én zwarte dandy´s laat dragen bij een pak van wit linnen”, zegt de verkoopster. In Cuenca zelf is de dracht ook heel gebruikelijk onder inheemse vrouwen. Of ze nou een kind of een zak meel op hun rug dragen, de hoed blijft op. Ze gaan in het algemeen maar schoorvoetend akkoord met een foto van hun hoed en de fantastische kleuren van de rest van hun kleding.

De hoed wordt gemaakt van het stro van een speciale palm. Panama-hoeden produceren is een serieuze bedrijfstak in Ecuador waar ook jonge vrouwen en mannen brood in zien. In elke winkelstraat is er wel een atelier.

De passagiers van de Mayflower

Ze zouden daar in Leiden net zo goed een beetje boos kunnen zijn op de Pilgrim Fathers in plaats van hen te eren met gedenktekens en een museum. Deze godsdienstige vluchtelingen uit Engeland werden liefdevol opgenomen in Leiden, maar ze wilden de taal niet leren en namen na elf jaar, in 1620, de wijk naar Amerika. Met het schip de Mayflower.

Schrijver en dichter Leo van Zanen (www.leovanzanen.nl) vertelde op 2 april over dat schip en over zijn passagiers, die zich in Amerika vermenigvuldigden en presidenten voortbrachten. De lezing was ter ere van het tienjarig bestaan van Mayflower Bookshop in Leiden,  toevluchtsoord voor wie Engelstalige literatuur zoekt (www.mayflowerbookshop.nl).

Op de Mayflower voer Miles Standish mee, militair adviseur van de Pilgrim Fathers.  Longfellow schreef over hem een gedicht: “The courtship of Miles Standish”. De Leidse theatergroep Litteris Sacrum gaf een voortreffelijke toneeluitvoering van deze liefdesgeschiedenis ten beste.

De truc met het lege stembiljet

Armenie, 18 februari 2013, presidentsverkiezingen. De zittende man, Serzj Sarkisian, mocht weer vijf jaar aanblijven. De uitslag werd met gelatenheid en cynisme ontvangen. Zijn opponent sprak van omkoping en fraude en eiste, tevergeefs, de overwinning op. 

De Armeense televisiezender Gala TV bracht een reportage over het vervoeren naar stemlokalen van mensen die onder druk zouden zijn gezet om op Sarkisian te stemmen. De zender toonde daarbij beelden van het aanbieden van geld in ruil voor een stem.

Volgens Gala TV werd gebruik gemaakt van de "truc met het lege stembiljet". Die gaat zo. Als groep die baat heeft bij de status quo zorg je dat je een stapeltje stembiljetten te pakken krijgt. Dat doe je bijvoorbeeld als deze gedrukt worden. De door jou ingevulde biljetten geef je aan arme senioren. Die moeten die biljetten in de stembus deponeren. Het aan hen uitgereikte lege biljet moeten ze vervolgens bij jou inleveren. Daar geef je hun geld voor. Daarna breng je die biljetten op dezelfde manier in de circulatie. Enzovoort. Aldus Gala TV.

19e-eeuwse Rus die blogging voorzag

Sociale media zijn niet meer weg te denken en de blogs vliegen je om de oren. De Russische schrijver Vladimir Odojevski voorzag dit verschijnsel in de negentiende eeuw maar hij plaatste het pas in het jaar 4338.

Hij verrekende zich dus danig en zijn visie op de toekomst is amusant. Paarden zijn in onbruik geraakt als transportmiddel. De Russen verplaatsen zich in ‘elektrorijders’ en luchtschepen en hebben last van immigranten die zich niet aanpassen en ‘alleen maar flink willen verdienen’.

Wie wil kan in de volgende passage een ‘voorspelling’ zien van blogging en van het internet: “Eindelijk kregen we vandaag de huiskrant van de eerste minister hier, waarin we, tussen twee haakjes, bij hem werden uitgenodigd voor een soiree. Je moet weten dat in veel huizen, vooral van mensen die veel relaties hebben, zulke kranten worden uitgegeven; ze komen in plaats van de gebruikelijke correspondentie. In deze krant lees je gewoonlijk een bericht over de gezondheid of ziekte van de heer en vrouw des huizes en andere huiselijke nieuwtjes, vervolgens verschillende gedachten, opmerkingen, tips en ook uitnodigingen. Bovendien zijn voor contacten in onvoorziene gevallen tussen de bekende huizen magnetische telegrafen aangelegd via welke mensen die ver van elkaar wonen met elkaar kunnen praten.”

Odojevski (1803-1869) was naast Russisch vorst en romantisch schrijver ook muziekkenner. Hij was, net als de dichter Poesjkin, redacteur van het tijdschrift Sovremennik (De Tijdgenoot). Bekend zijn vooral zijn verhalen onder de titel Russische Nachten.

 “Het Jaar 4338” van Odojevski is uitgegeven in een tweetalige uitgave. Zij is onderdeel van de sympathieke serie Slavische Cahiers die minder bekende Slavische literatuur toegankelijk maakt. De vertaling van oud-hoogleraar Slavistiek Willem Weststeijn is uitstekend.

(Uitgever: Pegasus. Prijs: € 9,90)

Marketing van ambiance

Op een markt op Bali staat een bord met een aanbeveling aan toeristen: Eat, Drink, Relax & Be Happy. Een design-studio op Bali probeert voor dat relaxen de juiste ambiance te verzorgen met accessoires voor resorts, hotels, restaurants, villa’s en spa’s. Het zonnige Indonesische eiland, feitelijk Eén Groot Happy Hour voor toeristen, staat daar vol mee.

“Our hotel room accessories, lighting products, bathroom amenities and soft furnishing make your guests experience various ambiances by light reflection, beauty, perfume, shape, texture and color”, zegt de eigenaresse en hoofddesigner. In de showroom waar zij een hotelkamer heeft nagemaakt,  demonstreert zij wat licht en geur kunnen doen. Veel objecten zijn geinspireerd op de natuur, zoals de lichtjeshouders in de vorm van een tulp of een anemoon. In de hoeken staan een lamp die op een paddenstoel lijkt en een lamp die een menselijke omarming verbeeldt. Er liggen ook kussens die zij heeft ontworpen.

Veelal  gaat het dus om gewone gebruiksvoorwerpen, zoals een kaarsenhouder of een zeepdispenser of een vaasje of een lamp. De producten van deze design-studio hebben daarnaast een artistieke kant  en helpen de ambiance te creeren waardoor  gasten zich (nog beter dan) thuis voelen. Daarbij moet het bedrijf in ogenschouw nemen dat het meestal te maken heeft met internationaal resort-management, dat perfect Engels eist en dat wat verder kan afstaan van de gewenste smaak. Een steuntje in de rug is de reputatie die Bali heeft in kunstzinnige ambachtelijkheid.

Het bedrijf wil groeien en zocht management- en marketingadvies.  Een mooie klus om de tanden in te zetten voor een expert die van mooie dingen houdt maar ook beseft dat de schoorsteen moet roken. Goed ook voor de werkgelegenheid op Bali. Er worden op korte termijn twee designers aangenomen.

Een redenering van likmevestje

Terwijl de schulden van Griekenland opnieuw voor hoofdpijn zorgden, verscheen “Het Verdrag van Maastricht 25 jaar later” van Jo Cortenraedt en Maarten van Laarhoven. Dit boek bevat interviews met 15 sleutelfiguren van de Eurotop die leidde tot het verdrag, dat op 7 februari 1992 werd getekend. Het was de aanzet voor de omvorming van de Europese Gemeenschap tot Europese Unie en voor de  invoering van de euro.

Over Griekenland gaat het interview met Frits Bolkestein, voormalig minister van Defensie en Eurocommissaris. Hij had naar eigen zeggen zijn best gedaan om Italië buiten de muntunie te houden. Maar: “Bondskanselier Kohl wilde de Italianen erbij hebben. De Fransen wilden dat ook, want als Italië er niet bij was, dan zou Frankrijk het zwakste lid zijn. Dit alles is zeer te betreuren. In het bijzonder omdat later Griekenland ook lid is geworden. De Europese Raad vond dat men de Grieken niet mocht onthouden wat men de Italianen had gegeven. Dat is natuurlijk een redenering van likmevestje. Ze toont de lichtzinnige wijze aan waarop op het hoogste niveau werd geoordeeld over belangrijke Europese zaken.”

In het boek komen verder de toenmalige premier Ruud Lubbers en  EU-voorzitter Jean-Claude Juncker aan bod. Zo ook journalist Kees Boonman en Camille Oostwegel van Château Neercanne. De laatste geeft een kijkje in menselijke factoren. Zo hoorde hij koningin Beatrix zeggen: ‘ik ben gastvrouw hier en ik bepaal hoe lang de lunch duurt’.

“Het Verdrag van Maastricht 25 jaar later” verschijnt in een tijd van grote EU-perikelen, zoals het genoemde Griekenland, de Brexit en massa-immigratie. Het is uitstekend geschreven. Het is opinievormend in het licht van de huidige heruitvinding van de EU. Het bevat wat sombere zwart-wit-foto’s, waardoor die Eurotop ook heel lang geleden lijkt.  Behulpzaam is de begrippenlijst die EU-jargon (subsidiariteit, opting-out) uitlegt.   

Auteur Jo Cortenraedt (1954) is hoofdredacteur van Chapeau Magazine en producent van L1 TV. Hij werkte als ANP-redacteur en als correspondent voor het NOS Journaal en De Telegraaf. Mede-auteur Maarten van Laarhoven (1965) werkte bij de Limburgse dagbladen en is nu zelfstandig journalist.

(Uitgeverij Leon van Dorp, Heerlen, € 19,50)

Terry

Dit is Terry, een Australier van 74 die al negen jaar op Bali woont in een homestay. Het grootste deel van zijn tijd zit hij te roken en een computerspel te spelen. Om de paar minuten laat hij zijn kunstgebit een koprol maken in zijn mond. Als je hem tegenkomt, zegt hij: “hello mate”. 

Tot zijn pensionering werkte hij in de security op het vliegveld van Perth. Na twee scheidingen stelt zijn pensioen hem nog wel in staat om op Bali goed te leven, een paar uurtjes vliegen van Australie. Naar eigen zeggen  heeft hij een Balinese vriendin die hem elke week opzoekt.

Als hij in zijn eentje door Sanur loopt, onderscheidt zijn autonome uitstraling hem van de bleke Australische mannen op leeftijd die verdwaasd rondlopen of op niets zitten te wachten in een sports bar. Hij loopt met een stok, want zijn voeten hebben een opduvel gekregen bij een motorongeluk.

Er is even een rimpeling in de vijver.  Hij is zijn documenten verloren. “Eigen stomme schuld”.  Een paar dagen geen cent te makken. Voor de aangeboden biertjes en de sandwiches toont hij zich erg dankbaar. Intussen vertelt hij beeldend over multicultureel Perth.  

Wat is nou zo fascinerend aan deze man? In ieder geval: zijn onthechtheid, zijn onaangepastheid, het overal lak aan hebben en zijn tevredenheid met weinig.

De elites en de populisten

De kritiek van de zogenoemde elites op de zogenoemde populisten is bevreemdend vanuit communicatie- en taalkundig oogpunt. Het is gemeengoed dat organisaties, dus ook politieke partijen, hun doelgroep moeten kennen en op heldere wijze daarmee moeten communiceren.

Politieke partijen  die dit proberen te doen, krijgen soms het etiket van populisme, ongeveer een synoniem voor volksverlakkerij. Het electoraat wordt daarmee impliciet weggezet als een collectief van dommerds die een verkeerde voorstelling van zaken, leugens en loze beloften niet doorzien. Dit zou het als bevoogdend en als een belediging kunnen opvatten.

Want in een democratie bepaalt nu eenmaal het volk en niet (alleen) de elites. Zo verheven als de connotatie van democratie is, zo negatief is deze van populisme. Terwijl demos en populus beide volk betekenen, in resp. het Grieks en het Latijn. 

Mister Tea

In de zaal met 30 Indonesische ondernemers op Java viel hij op door zijn leergierigheid. Hij wilde alles weten over hoe je een product in de markt zet, hoe je het verpakt, hoe je het promoot en hoe je het eventueel exporteert. Binnen het gezelschap werd hij al gauw Mister Tea genoemd. Al zes jaar was hij producent en leverancier van thee.

Na afloop van mijn presentatie spraken we een tijdstip af voor individuele coaching. Het werd een intensieve middag met gesprekken over hoe Westeuropese consumenten hechten aan gezondheid, eerlijke productie en duurzaamheid. Ik mocht komen kijken bij zijn bedrijf. Een typisch voorbeeld van home industry, maar wel: indrukwekkende home industry. En schoon. De werkplaats annex fabriek stond letterlijk achter zijn huis.

Zijn vijf medewerkers waren druk met sorteren en verpakken en achter een computer zat iemand te werken aan de website van het bedrijf. Mister Tea toonde mij zijn certificaten aan de muur en vroeg wat ik vond van de verpakkingen met de verschillende theesoorten. Na afloop zwaaiden hij, Mister Tea, en zijn hele gezin mij uit. Twee dagen later mailde hij me al ontwerpen van verpakkingen in de lijn die ik had gesuggereerd, met een idee erbij voor de promotie.

Het enthousiasme van deze rasondernemer was ontroerend. Van zulke mensen moeten ze het hebben in dat deel van Indonesië. Hij is bestuurslid van een ondernemersvereniging die zich tot taak stelt om jonge mannen en vrouwen werkgelegenheid te bieden door hen te helpen bij het ondernemerschap. Hij was er lid van geworden omdat hij zijn zorgen en problemen wilde delen. Deze vereniging is op weg om zich tot een stabiele en toekomstgerichte organisatie te ontwikkelen, verankerd in een veel groter ledenbestand dan nu dat voor een realistische contributie uitstekende dienstverlening krijgt in de vorm van training, voorlichting en bedrijfstakpromotie. Mister Tea werkt daaraan mee en gaat daarvan ook profiteren.

De vinger van Gribojedov

Met Verstand Schept Lijden was hij een ‘man van één boek’. Hij kwam ongelukkig aan zijn einde als diplomaat in Perzie. Begraven is hij in de Georgische hoofdstad Tbilisi. In Tbilisi vertelde iemand in de opera dat er in dat graf alleen een vinger van de Russische schrijver Aleksandr Gribojedov (1795-1829) ligt. De Georgische ambassadeur in Nederland wilde zijn vrouw wel vragen uit te zoeken hoe het precies zat.

“De pink van Gribojedovs linker hand en in het bijzonder het litteken erop hielp zijn lichaam identificeren nadat het door het janhagel in Perzie extreem was verminkt. Gribojedovs onthoofde lichaam (of wat daar van over was) werd in Tbilisi begraven bij het klooster van Sint David”, was het antwoord.

Het verhaal gaat dat een Armeense eunuch en twee Armeense meisjes die uit een harem waren ontvlucht hun toevlucht hadden genomen tot de Russische ambassade waar Gribojedov werkte. Gribojedov wilde hen niet uitleveren. “Opgejut door de mullah’s bestormde het gepeupel het gebouw. Uiteindelijk werd zijn lichaam uit het raam gegooid. Een kebab-verkoper hakte het hoofd eraf en stelde het tentoon op zijn kraam terwijl de rest van het lichaam drie dagen lang werd toegetakeld”.

De grauwe straten van de Sovjet-Unie

De foto’s in “Ulitsa” van Leo Erken lijken te gaan over een voorbije wereld: vaak grauwe beelden van desolate straten met een portret van Lenin en van militairen. Maar grote delen van de voormalige Sovjet-Unie en van Centraal Europa en de Balkan hebben nog eenzelfde fascinerende grauwheid.

Ulitsa betekent straat in het Russisch en Erken stelde het boek samen van de overwegend zwart-witte foto’s die hij tussen 1987 en 2003 maakte en die vaak in kranten werden gepubliceerd. De onderschriften zijn in het Russisch en het Engels.

Het staartje van de socialistische status is zichtbaar: er zijn foto’s bij van de Bulgaarse leider Zjivkov en van de Poolse leider Jaruzelski en van de Roemeense dictator Ceausescu.Dat was een ellendige tijd voor velen. Maar niet veel minder ellende tonen de foto’s van na de val van het socialisme rond 1990.

Straatkinderen in Moskou en een tehuis van achtergelaten gehandicapte kinderen. Daarbij de wrange aantekening dat Russische ouders gehandicapte kinderen mogen afgeven aan zo’n tehuis. Drugsgebruikers, kromgegroeide oude dametjes in Abchazie, een kerkhof met slachtoffers van de oorlog tussen Armenië en Azerbejdzjan.

De geportretteerden lachen nooit, of bijna nooit. Des te meer welkom is de flirterige blik van het rokende meisje bij het Graf van de Onbekende Soldaat dat te horen krijgt dat ze daar moet weggaan. Niet voor niets, denk ik dan, staat deze foto uit 2000 op het omslag.

(Ulitsa Street, Eastern Europe and the former Soviet Union 1987-2003. Prijs € 34,50)

Armenia: a bitter-sweet adventure

I am standing in a mini-van, a lady pulls my bag out of my hands and puts it on her lap. My first reaction is resistance, but I see all the seated passengers holding bags to lighten the burden of the ones standing. If someone did this in Amsterdam, they would have been punched on the nose. This is how gentle Armenia is.

Posters in the streets of Yerevan show the numbers 1915–2015 and ‘I remember, I demand’. The year 1915 is anchored so deep in the hearts of the Armenians. They demand recognition and they have many reasons to do so. This is how bitter Armenia can be.

While at night people are holding conversations in the restaurants with live music around the Opera House, a demonstration takes place in front of government buildings on Bagryaman Street, practically around the corner. A huge crowd is protesting against the enormous increase of electricity rates. Sweet and bitter on one night, 500 meters apart.

The Lovers Park

On Bagryaman Street, there is the so-called Lovers Park. The park has WIFI! Lovers sitting on the same bench can exchange messages of affection on their smartphones. Unfortunately, some of them will be separated soon by destiny.

Three million Armenians live in Armenia, seven million in the diaspora. One million of those live in Los Angeles, nicknamed Los Armenios. Especially, the men work abroad. Armenians are famous for their ability to integrate. No one should be surprised at an Armenian fish shop owner in The Nederlands loudly advertizing “Hollandse nieuwe”, the most Dutch herring dish.

Aznavour’s brother

I get into a taxi and look into the face of the spitting image of Charles Aznavour. “Are you Aznavour’s brother”, I ask and the friendly driver smiles. In a souvenir shop I suggest to the owner selling Aznavour’s busts. He likes the idea and pulls a bottle of vodka from a cupboard. We propose toasts to peace and love and women, we sit and drink, exchange facts and opinions, and establish an eternal friendship. Eternal until he says it’s time to go home. All things must pass, how sweet they may be.

Urban nomad

I am not much of a warrior or a hermit on mountain trips, I am more of an urban nomad and a paladin. Caucaseastan.com invited me to Armenia to give advice on behalf of PUM Netherlands Senior Experts (www.pum.nl). In my free time, I walk the streets of Yerevan and that is an amazing cultural adventure for me.

I am also an epicurean, eating juicy apricots bought from an elderly lady on the market. There are no sweeter apricots in the world than the Armenian ones in June! I eat loads of them until my Armenian colleague says: “open them before you put them into your mouth, there may be worms inside.” I open the next apricot. And good heavens, it has worms. I must have eaten several apricots with worms and did not even notice that they tasted bitter.

Published on caucaseastan.com, 2015, June 24

Onderwijsemigratie uit Nepal

Jaarlijks verlaten naar schatting 30.000 jongeren Nepal om in het buitenland te studeren. Vooral  universiteiten in Australië en India zijn populair, maar er gaan er ook naar Thailand of Groot-Brittannië.  Die Nepalese jongeren gaan weg omdat zij het onderwijs in Nepal niet goed genoeg vinden en er nauwelijks kansen op werk zijn.

Cijfers zijn onbekend, maar velen keren nooit meer terug naar hun vaderland. Zo kun je gerust spreken  van een braindrain.  De Nepalese regering lijkt dat koud te laten, zoals ook de erbarmelijke staat van wegen en straten haar weinig lijkt te doen.

“Is het niet triest dat je broer in Nederland studeert en misschien nooit meer terugkomt”, is de vraag aan een wijsneus van een jaar of 14 die de namen van alle premiers van Europa kent, ook Mark Rutte.  Zijn antwoord: “Dat is niet triest, want als hij daar veel kan leren en er beter van kan worden, dan is dat prima.”

Het kan zijn dat de Nepalese regering erop rekent dat de jongelui wel geld naar huis zullen sturen. Ongeveer zoals in Armenië. Van de ca 10 miljoen Armeniërs op de wereld wonen er 7 miljoen niet in Armenië. Zij sturen in totaal een bedrag naar hun achtergebleven familie dat aardig in de buurt komt van  de totale Armeense rijksbegroting.

De ‘onderwijsemigratie’ uit Nepal is een serieuze business. Enkele honderden bureaus leven van Nepalese studenten die in het buitenland gaan studeren. Zij geven hun advies en regelen formaliteiten, zoals financiële bewijsstukken en een visumaanvraag. De studenten betalen hen ervoor, maar ook ontvangen deze bureaus commissie van de buitenlandse universiteiten die slimme Nepalese studenten graag zien komen.


Computerles zonder stroom

Een goed voorbeeld van een ontwikkelingsproject: de Ecuadoriaanse overheid helpt vrouwen in dorpen restaurants en hotelletjes te runnen en regionale producten te maken. De natuur is er machtig mooi, de bergen zijn er hoog, en het gebied heeft het in zich natuurliefhebbers en avontuurlijke reizigers aan te trekken. Er is alleen geen toeristische infrastructuur, zoals dat heet.

De weg erheen leidt door hoge bergen waar nu eens de zon fel schijnt en dan weer een dikke nevel hangt. Een vrachtwagen waarop Saddam Hussein stond geschreven kwam ons tegemoet en ergens in een stadje was er een kermisattractie zichtbaar die Kamikaze heette.

In de berm van de weg staat om de 100 meter wel een paard of een koe of een schaap of zelfs een varken aan een touw. Er lag een dier langs de weg. Het bleek een paard te zijn dat was gedood door een vrachtwagen. Dat is op een vreemde manier deerniswekkender dan de dode schapen langs de wegen in Schotland.

De vrouwen krijgen lessen in gastvrijheid en terwijl ze zelf melk zo van de koe drinken leren ze melk pasteuriseren op grote gasstellen. De lerares in wit schort zei: “Als jullie die melk rauw drinken gebeurt er niets, maar zo´n Europeaan (zij wees op mij) moet dat niet proberen. Die wordt daar hartstikke ziek van”. Daarna volgde de bereiding van kaas en van mozzarella, en van marmelade.

De vrouwen krijgen ook les in eenvoudig computergebruik voor het voeren van de administratie van een horeca-gelegenheid. Daar zaten in een schoollokaal vol computers 25 vrouwen bij elkaar waarvan enkele in de plaatselijke klederdracht met hoed. Er waren er ook twee van een jaar of zestig bij waarvan de gezichtsuitdrukking niet veel besef toonde van het doel van deze zitting.

Computerles dus, maar de elektriciteit was uitgevallen. Paniek. Maar wat deed de instructeur? Hij tekende het bureaublad van een pc op het schoolbord en maakte groepjes die functies of programma´s voorstelden. START, OFFICE, WORD, EXCELL, KLEINER MAKEN, GROTER MAKEN. En zo moesten zij laten zien wie wie nodig had om iets te bereiken op de computer.

Creatief, én ironisch dat dit zich afspeelde op een paar kilometer afstand van zo´n beetje de grootste hydro-elektriciteitscentrale van Ecuador.


Avondje zappen in Mongolie

Entertainment op een Russische zender. Zes mannen zitten op barkrukken en de vraag is wie van hen gay is, oftewel een 'gomoseksualist'. Voor de identificering is een vrouw met een zesde zintuig ingehuurd, die met ogen dicht en zwierige gebaren de vibraties voelt en de homo eruit pikt. Smakeloos, al had het interviewtje met hem nog wel iets menselijks. Hij mocht vertellen hoe hij zijn geaardheid altijd heeft moeten verbergen.

Dit leverde een avondje zappen in het Aziatische Mongolie op, naast ook een interview op een ander Russisch kanaal met een gelauwerde actrice, in likkende stijl afgenomen. En een discussie van wat oudere heren over de Krim. Strekking: de Krim hoorde altijd al bij Rusland en goed dat Poetin het schiereiland eindelijk in de Russische haven heeft teruggeloodst.

In Ulaanbaatar een avond zwerven langs Mongoolse tv-zenders en die van andere Aziatische landen is zo anders dan een avond zappen in pakweg Bolivia. Heel Latijns-Amerika wordt met Spaans/Portugees bestreken. Op de Aziatische zenders klinken behalve Mongools en Russisch ook Chinees, Koreaans, Kazachs en andere niet-verstaanbare talen.

Fashion TV met die domme, gehaaste loopjes komt er dan soms als een rustpunt tussendoor. Met na afloop van de show altijd een verlegen, in vodden gehulde sloeber die de catwalk opstrompelt en die de ontwerper blijkt te zijn.

Wat veel Aziatische zenders overigens gemeen hebben met de Latijnsamerikaanse is dat ze het eigen land zo bewonderen. Landenpromotie gecombineerd met de bevestigng aan wie er wonen, dat die het enorm getroffen hebben. Zo zie je op het televisiescherm stromende rivieren voorbijkomen, hoge bergen, fantastische oogsten, kuddes paarden, kuddes geiten, kamelen, voortsnellende ruiters, dansende mensen, optredens van musici met typische instrumenten en veel, veel blije gezichten.

Online marketing in een week

“Online Marketing Expert In Een Week”. Als het zo gemakkelijk was.... Maar dit boek over digitale marketing geeft wel uitstekende adviezen over hoe je de onderdelen daarvan snel kunt toepassen.

De auteur, Jeroen Bertrams (1974), werkte als strategisch marketingadviseur en bracht als internetondernemer drie sites naar de tophonderd in Nederland. Sinds 2005 is hij zelfstandig adviseur voor online marketing. Hij schreef zeven boeken over zijn vak.

Het boek onthoudt zich van filosofische bespiegelingen over digitale marketing en toont wat bedrijven en individuen nu nodig hebben om goed mee te kunnen komen en hoe je dat in de praktijk brengt. Dat is het sterke punt. Naast bekende sociale media als Facebook en twitter komen ook zaken als Gamification en Crowdfunding aan bod.

Het boek, dat 16 euro kost, is nuttig voor marketeers, communicatiemensen en (web)redacteuren. Maar managers van bedrijven en zzp-ers kunnen er ook veel aan hebben.

Het imago van Kazachstan

Het olieland Kazachstan is bezig met zijn imago. De president wil de naam van het land veranderen in Kazach Natie of iets dergelijks. Dit om de associatie weg te nemen met armere landen als Oezbekistan, Turkmenistan enTadzjikistan, en met in zijn ogen gewelddadige landen als Pakistan en Afghanistan.

De naam met de uitgang -stan, die land betekent, zou toeristen afschrikken. Feit is dat de schrijver Gerrit Komrij sprak van Absurdistan toen hij Nederland wilde bespotten. En de term Verweggistan duidt ook geen al te aanlokkelijk oord aan.

In 2006 kwam de film ‘Borat’ van Sacha Baron Cohen uit. Deze komiek schilderde de Kazachstaanse bevolking af als dom en primitief. Die bevolking mocht de film zelf niet zien, maar later zei een minister dat dankzij ‘Borat’ het toerisme was vertienvoudigd.

Of de voorgestelde naamsverandering van het land erdoor komt, valt nog maar te bezien. Er is veel weerstand tegen. Dit hoor je op straat: “Ons volk is verontwaardigd door dit nieuws, want zoveel miljarden worden daaraan besteed. De hoge heren bestelen de staat en ons volk verarmt, en daar komt niets goeds van.”

Pensioencommunicatie

Er is weer een nieuw communicatiespecialisme. Pensioencommunicatie. Het woord duikt op in het vocabulaire van financieel adviseurs. ‘Persoonlijke aandacht de succesfactor bij pensioencommunicatie’. ‘Neuzen dezelfde kant op richten en bruggen bouwen’. Dat zijn de frasen die erbij horen.

Vroeger belden financieel adviseurs op als je net de eerste hap van je avondeten had genomen. Met louter goed nieuws over een hoog rendement van hun producten. Het verhaal was zo overdonderend dat je die vileine vraag vergat te stellen: als dat rendement inderdaad zo fantastisch is, waarom zit jij zelf dan nog steeds aan de telefoon mensen lastig te vallen?

Verzekeraars, pensioenfondsen en financieel adviseurs spreken steeds vaker over transparantie en communicatie. Er zijn pensioenoverzichten waarin je kunt lezen ‘hoe je ervoor staat’ en op basis waarvan je ‘keuzes kunt maken’. Deze overzichten bevatten uitsluitend slecht nieuws.

Vele jaren was het gebrek aan transparantie troef in de wereld der financieel adviseurs en werd er grof verdiend aan in kleine letters weggestopte provisies. En nu is er dan pensioencommunicatie. Een eufemisme van het zuiverste water. Als er een cursus voor was, dan zou die net zo goed kunnen heten: slecht nieuws brengen als basis van uw verkoopstrategie.

Arabistiek: nieuwsgierig kosmopolitisme

In mei 2013 was het 400 jaar geleden dat in Leiden Thomas Erpenius (1584-1624) als eerste hoogleraar Arabisch in Nederland zijn oratie 'Over de Voortreffelijkheid en Waardigheid van het Arabisch' uitsprak. De arabistiek in Leiden is een diepgewortelde traditie die in de hele wereld bekend is. Geleerden als Scaliger, Erpenius, Golius, De Goeje en Snouck Hurgronje genieten wereldfaam.

Dit zegt het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, dat een tentoonstelling over 400 jaar arabistiek organiseert. Deze loopt nog tot en met 2 maart 2014. 

Achter de professoren en hun universiteit bevond zich een complete lokale infrastructuur. Die bestond uit oosterse drukkers zoals Elsevier en Brill, boekverkopers en veilingmeesters. “De Leidse arabistiek is een symbool van de 'blik op de ander' door de loop van de eeuwen heen. Het getuigt van een kosmopolitische nieuwsgierigheid naar de exotische wereld van de islam, vermengd met een gezonde portie ondernemingszin. “

De tentoonstelling is onderdeel van het Europese project Cultural Encounters, opgezet door het wetenschappelijke samenwerkingsverband Humanities in the European Research Area (HERA). Financiële steun werd ook ontvangen van Saudi Aramco (Dhahran, Saoedi -Arabië).

Bij de 400 jaar van arabistiek is de Nederlandse slavistiek een kleine jongen. Deze bestaat dit jaar pas 100 jaar.

Avondje zappen in Latijns-Amerika

Wat je je niet zo gauw realiseert is dat de nationale televisiezenders in Latijns-Amerika zich niet alleen op het eigen publiek richten maar ook een promotionele functie vervullen in de richting van de buurlanden. Portugeestalig Brazilië even terzijde gelaten, is er van het zuidelijkste puntje van Argentinië tot aan de onderbuik van de VS een enorm publiek dat Spaans als moedertaal of als lingua franca heeft. 

En dan ook niet te vergeten dat Spaans in de Verenigde Staten de tweede taal is. Schatting: wereldwijd is er een potentieel publiek van een half miljard Spaanssprekenden. Ter vergelijking: het Russisch (als moedertaal en als lingua franca) gaat richting een kwart miljard.

Elk land pakt zijn promotie op een andere manier aan. Argentinië laat zijn rijkdom zien en heeft als leus Palpitando (kloppend) Argentina, terwijl op het scherm ook zender Argentinisima staat. (Dat doet denken aan tv-lok Nigella Lawson, van wie een boek Nigelissima heet.) Bolivia pakt het iets socialistisch-realistischer aan. De televisie toont beelden van combines en van koeien en van vruchten en dansende mensen. Het lijkt er één groot feest, het zet Bolivia neer als een land waar het goed wonen is. Peru is daarin iets terughoudender. Colombia, met zijn imago van gewelddadigheid en drugs, is bezig met een campagne om zich als veilig en mooi op de kaart te zetten.

Venezuela pakt het wat politieker aan. De televisie toont president Maduro en heel vaak worden beelden van zijn overleden voorganger, Eerste Commandant Hugo Chavez, van stal gehaald. Daarin spreekt hij massa´s toe, hij huldigt helden, hij wordt toegejuicht, het woord patria valt om de haverklap. Ook zingt hij of leest gedichten voor onder begeleiding van een gitarist. Dat mag demagogie zijn. Ook zijn er fundamentelere programma’s. Er is een serieus discussieprogramma dat ergens over gaat, al laat dat uiteindelijk ook wel zien hoe goed de Venezolaanse regering bezig is. Ook is er een man die eruit ziet als een professor en iets vertrouwenwekkends heeft. Net als Moshe Dayan heeft hij een lapje voor één oog. Met een aanwijsstok wijst hij op een landkaart op de gevaren in de wereld.

Propaganda in de Duitse les

Op de schoolreünie gaven oud-docenten nog eens een lesje om tegemoet te komen aan de nostalgie van de oud-leerlingen. Een stuk of 15 van ons kozen Duits. De inmiddels 73-jarige leraar las “Ein Freund der Regierung” voor van Siegfried Lenz, geboren in 1926 en nog in leven. Het verhaal gaat over propaganda van alle tijden, die bedenkelijke hoek van het communicatievak.

In dat verhaal worden journalisten uitgenodigd om een kijkje te nemen in een land dat de reputatie heeft het niet zo nauw te nemen met democratie en mensenrechten. (Gek genoeg zijn dat vaak landen die zich Democratische republiek of Volksrepubliek noemen. Echt democratische landen hebben die toevoeging niet nodig.)

Een veel te aardige gids leidt ze rond. (In de Sovjet-Unie [1922-1991] waren die begeleiders meestal jongens en meisjes die te goed Engels spraken. Een goede opleiding of in de VS of Engeland studeren waren vooral weggelegd voor kinderen van ouders die gebeiteld zaten in het socialistisch establishment. In het gesloten Iran van 2006 werd ik overigens ook eens rondgeleid door zo’n veel te goed Engels sprekende gladakker.)

En wat zulke regimes meestal doen, gebeurde ook in het verhaal van Lenz. Ze lieten een “neutrale” figuur vertellen over de verworvenheden van het land en de regering, hier een dorpsbewoner, een deelgenoot van deze zogenaamde hemel op aarde. Maar wat blijkt? Bij het afscheid duwt de dorpsbewoner een van de journalisten een propje in de hand. Daar zit een tand in die hem uit de mond was geslagen toen hij was gemarteld om hem te dwingen de lof te zingen van de regering.

De ik-figuur van het verhaal was die journalist. De leraar vroeg: waarom zou Siegfried Lenz het verhaal in de ik-persoon hebben verteld? Omdat het dan veel overtuigender is, was het goede antwoord. Aangedaan en overtuigd van de streken van bepaalde regimes dropen we af naar de borrel van de reünie.

Home Staging

Het communicatievak kent vele hoeken en gaten. Ooit gehoord van Home Staging? Momenteel overtreft het aanbod van onroerend goed de vraag aanzienlijk. Dat is nette makelaarstaal voor: het is takkenmoeilijk om je huis te verkopen. Een firma die Residence Visage Home Staging heet biedt hulp bij het aanlokkelijk presenteren van het object dat je wilt verkopen. Dat gaat verder dan wat makelaars gebruikelijk adviseren: ga met de witkwast door het huis en als er kijkers komen zorg dan dat dat het naar verse koffie en gebakken appeltaart ruikt.

“De Home Staging-consultant, die een geschoolde specialist is, weet hoe je onroerend goed in orde moet brengen en hoe je voorwerpen zo moet schikken dat het er zo luchtig en zo aangenaam mogelijk uitziet”, staat te lezen in het blad van de Tsjechische tak van de internationale makelaardij Century 21. “Home Staging verbergt niets maar probeert juist alle voordelen te laten zien waar het object over beschikt.”

Dat lijkt op het advies van de klassieke PR-adviseur, maar in dit geval moeten de stoelen aan de kant. Voor de geplande verkoop is een huis vaak overvol met dingen, zo leert de ervaring, en de levensstijl en de smaak van de bewoners sluiten hoogstwaarschijnlijk niet aan bij die van potentiele kopers. De inrichting overschaduwt dikwijls de voordelen van de ruimtes en de mogelijkheden van hoe je die kunt gebruiken, zegt het blad.

De Home Staging-consultant komt bij je langs en zorgt voor een aantrekkelijke presentatie op foto’s en bij bezoeken van kijkers. Die foto’s zijn heel belangrijk want de meerderheid van huizenzoekers zoekt eerst op het internet.

Etiket

Het was vroeger het werk van een knors: veulenvlees verkopen als kalfsvlees en paardenvlees verkopen als vlees van een volwassen rund. Een knors is iemand die minderwaardig vlees verkoopt, volgens de definitie. Maar minderwaardig is paardenvlees helemaal niet, dus het is de vraag hoe schandalig het is dat er in hamburgers en lasagne paardenvlees zit.

Volgens velen is paardenvlees juist gezonder. Het zijn dieren die meestal flink hebben bewogen als trek- of last- of rijdier. Het probleem zit hem, zoals meestal, in de communicatie. Op het etiket hoort te staan wat de verpakking bevat. Wat deze blikjes bevatten, in een supermarkt in Kazachstan, is overduidelijk.

De Engelsen kijken neer op ‘horse eating countries’, maar zij doen wel aan dressuur, wat met dwang en zwepen en sporen gepaard gaat. Of dat nou iets is om trots op te zijn… Vroeger had je heel veel paardenslagers in Nederland. Als het paard van de groenteboer door zijn hoeven ging na een nuttig leven, dan werd het geslacht en het vlees werd opgegeten. Ook nuttig.

Sinds de discussie over paardenvlees zijn de mensen nieuwsgierig geworden. Een paardenslager zei op de radio dat zijn omzet met 20% was gestegen. (2013)

Algerije

Met zijn imposante hoofdtooi bracht hij een wereld binnen van zandstormen, tenten en kamelen. Uit Zuid-Algerije was hij 1800 kilometer komen vliegen om deel te nemen aan een conferentie van Algerijnse Kamers van Koophandel in de hoofdstad, Algiers. Daar stond hij naast 79 andere voorzitters en directeuren in zwarte en grijze pakken.

Europese experts praatten hen bij over de dienstverlening van een Kamer van Koophandel: voorlichting, advies, promotie, exportbevordering, lobby. Voertaal was het Frans dat het kolonialisme had achtergelaten.

Het werd een ontmoeting tussen Zuid en Noord vol leermomenten én wederzijds begrip. De Algerijnse Kamers van Koophandel worden gefinancierd door de overheid. Dat is een groot verschil met bijv. Latijns-Amerika, waar elke groep ondernemers een Cámara de Comercio y de Industria kan beginnen. Daar is het noodzakelijk om het wiel draaiend te krijgen van betere dienstverlening door meer bijdragen van aangesloten bedrijven als gevolg van een betere dienstverlening dankzij meer bijdragen.

Die zilveren koorden in Algerije staan de volledige omarming een beetje in de weg van die noodzaak. Maar op de conferentie kwamen heel mooie voorbeelden voorbij van hoe Algerijnse Kamers van Koophandel doen waar ze voor zijn, namelijk het bedrijfsleven stimuleren en faciliteren. Ook in de woestijnregio waar deze Kamervoorzitter vandaan kwam. (2013)


Bleekmiddel

Ze hebben een meisje van Chinese afkomst voor de fotoshoot gekozen omdat zij van nature al bleker is dan de Thaise modellen. En haar moeder is meegekomen omdat dit de eerste keer is dat zij in de boze wereld van fotografen en regisseurs verkeert.

Het meisje moet reclame maken voor een whitening cream, een ‘bleekmiddel’ dat Aziatische vrouwen op hun gezicht smeren om er zo blank mogelijk uit te zien. Overgewaaid uit Japan, waar meisjes ook hun donkere haar blonderen en plateauzolen dragen om er rijziger uit te zien en zo meer een Westers schoonheidsideaal te benaderen.

Voor het reclamebureau in Bangkok is de importeur van deze whitener een grote klant. Het is maar een van de vele aanbieders van dit middel, want bij elke drogist en in elke supermarkt kun je deze crème vinden. Over enkele weken kijkt het tedere gezicht van het meisje in heel Thailand je van billboards aan om het bleekmiddel bij Thaise vrouwen aan te prijzen.

In Europa was het gebruikelijk dat aristocratische en rijke dames zich tegen het zonlicht beschermden om niet te worden aangezien voor een arbeidster die de hele dag op het veld in de zon stond te ploegen. Tegenwoordig is het in Europa chic om zongebrand door het leven te gaan, terwijl ook nog eens door immigratie en vermenging de gemiddelde kleur van de populatie langzaam van wit in getint verandert.

Kapper

Naar de kapper gaan is een hachelijke zaak in een land waarvan je de taal niet spreekt en waar de kapper ook niet verder komt dat Hello Goodbye. Gebaren en ander toneelspel kunnen natuurlijk uitkomst brengen. Zoals bij die andere kennelijke buitenlander met creatieve geest die bij de drogist in Turkije de ene hand op zijn maag hield en de andere op zich achterwerk en onder het roepen van tuvalet! tuvalet! naar een denkbeeldige wc hopste. De diarreeremmer kwam vervolgens op de toonbank.

En als je geen schapevlees op je bord wilt maar rundvlees, helpt het in Turkije ook om, net als John Cleese in de Fawlty Towers-aflevering The Germans, je wijsvingers als horens boven je hoofd te houden en “boehoe, boehoe” uit te stoten.

Maar bij de kapper neem ik het zekere voor het onzekere. Het met duim en wijsvinger aanduiden dat er maar een beetje afmoet van je haar leidt gemakkelijk tot het misverstand dat het gemillimeterd mag worden. Dus daarom maar een poppetje getekend met haar en een schaartje dat alleen het puntje afknipt.

Toch kun je nog voor verrassingen komen te staan, want de kapper die ik in Ankara bezocht zag een paar haartjes in mijn oren, smeerde er ongevraagd hete was op, liet deze hard worden en scheurde daarna bijna mijn oor eraf. Een van pijn vertrokken gezicht in de spiegel keek mij aan. (2012)